|
1. |
Gewichtsverhouding auto/caravan
Een goede gewichtsverhouding tussen auto en caravan bevordert het
weggedrag van de combinatie. Het is ook veiliger. Neem voor het
leeggewicht van de caravan ongeveer driekwart van het leeggewicht van de
auto.
Na het inladen zal de gewichtsverhouding ongeveer gelijk blijven. |
|
|
|
2. |
Beladen
Een goed beladen caravan betaalt zich uit in een stabielere wegligging.
Waar let u op:
-
leg zware spullen op
de vloer, zo dicht mogelijk bij de as;
-
stop alleen lichte
spullen in de dakkasten;
-
verdeel de bagage
evenwichtig over de bankkasten;
-
laat de watertanks
niet onnodig gevuld;
-
zet zware spullen
onderweg vast, zodat ze niet kunnen verschuiven;
-
stouw in een kop- of
eindkeuken niet te zware spullen;
-
laat de kogeldruk
niet te hoog, maar ook niet te laag worden.
|
|
|
|
3. |
Koplampen
van de auto
Met een volle kofferbak en het gewicht van de caravan op de trekhaak kan
de verlichting van de auto te hoog staan. Wacht niet tot tegenliggers
gaan seinen. Stel de koplampen tijdig bij. |
|
|
|
4. |
Bandenspanning
Rij niet met te zachte banden. Dat geeft kans op een klapband. De
minimale spanning van de caravanbanden is:
-
Radiaal : 3,0 bar
-
Radiaal (voor lichte
bestelwagens): 4,0 tot 4,5 bar
Pomp ook de achterbanden van de auto op tot het maximum
dat de fabrikant voor een volbeladen auto opgeeft.
Dit vanwege de bagage in de kofferbak en de kogeldruk van de caravan. |
|
|
|
5. |
Inhalende
vrachtwagens
Ziet u in de spiegel een vrachtwagen aankomen, ga dan alvast zoveel
mogelijk op de rechterkant van de rijstrook rijden. Inhalende
vrachtwagens zuigen de caravan als het ware naar zich toe.
Merkt u het te laat, stuur langzaam en gelijkmatig van de vrachtwagen af
richting vluchtstrook. |
|
|
|
6. |
Steile
hellingen
Gaat wegrijden op steile hellingen moeilijk? Een beproefde methode is om
de caravan een stukje achteruit te rijden en iets te laten scharen.
Vervolgens laat u de toerenteller tot ongeveer 3.000 toeren oplopen.
Daarna snel de koppeling loslaten. De eerste meters spinnen de wielen.
Niet fijn, maar u spaart wel de koppeling van de auto.
Het kan ook geen kwaad om de airco uit te zetten. Dat scheelt vermogen. |
|
|
|
7. |
Afdalingen
Laat de snelheid van de auto-caravancombinatie hellingafwaarts niet te
hoog oplopen. De caravan kan dan gaan slingeren. Het beste is om tijdig
terug te schakelen en zo nodig enkele keren krachtig te remmen.
Houd het rempedaal niet te lang vast. Anders lopen de remmen misschien
warm. In het ergste geval kunt u dan niet meer remmen. |
|
|
|
8. |
Slingeren
Gaat uw caravan slingeren, verhoog dan nooit de snelheid. De enige
remedie is krachtig remmen en gas loslaten. Zet de rit daarna met
een lager snelheid voort.
Controleer bij de eerstvolgende parkeerplaats de bandenspanning,
belading, kogeldruk en pas dat zo nodig aan. |
|
|
|
9. |
Stabilisatorkoppeling
Een stabilisator dempt slingerneigingen van de caravan. Zo zorgt hij
voor een extra stukje veiligheid. Of u zult merken dat u er een heeft,
is de vraag. Bij combinaties die al vrij stabiel rijden waarschijnlijk
minder.
De stabilisator is overigens geen tovermiddel waarmee u aanhoudende
problemen met het weggedrag oplost. Hij vermindert sterke
slingerneigingen, maar neemt de oorzaak niet weg. |
|
|
|
10. |
Klaar voor
de start?
Controleer voor u wegrijdt:
-
of de koppeling goed
in de vergrendeling valt;
-
of de
handrembreekkabel goed vast zit;
-
of de stekker goed
is aangebracht;
-
of de verlichting
werkt;
-
of de
uitdraaisteunen zijn ingedraaid;
-
of het neuswiel is
opgetrokken;
-
of de caravan van de
handrem staat;
-
of de koelkast goed
is vergrendeld;
-
of deuren, ramen en
dakluiken dicht zijn;
-
of de hulpspiegels
goed vast zijn gemaakt
|